Sona.
Wereldnieuws, lokaal uitgelegd
Gezondheid

Westnijlvirus in Nederland: voorkom beten, herken alarmsignalen

Het RIVM meldde op 10 september achttien lokaal opgelopen infecties. Het risico blijft klein; pak stilstaand water aan en weet bij welke klachten u moet bellen.

Een hand leegt een bloempotschotel naast horrengaas, ter illustratie van muggenpreventie bij het westnijlvirus in Nederland.
Illustratie van muggenpreventie: verwijder stilstaand water en houd muggen buiten met horren; dit beeld toont geen besmette locatie. AI-gegenereerde afbeelding

Het westnijlvirus is dit najaar niet alleen een onderwerp voor reizigers. In de meest recente RIVM-update, gepubliceerd op 10 september, staan achttien mensen bij wie een in Nederland opgelopen infectie is vastgesteld. Drie patiënten zijn overleden. De meldingen betreffen besmettingen in Utrecht, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Overijssel en Gelderland. Dat vraagt om aandacht, maar niet om paniek bij iedere muggenbult.

Voor inwoners is de bruikbare reactie concreet: verklein de kans op muggenbeten, haal broedplaatsen rond het huis weg en herken klachten waarvoor medische hulp nodig is. De GGD benadrukt dat de kans om in Nederland door een besmette mug te worden gebeten klein blijft. De meeste mensen die het virus oplopen, krijgen bovendien geen klachten.

Wat de achttien meldingen wel en niet zeggen

De landelijke tabel loopt tot en met 9 september. Sinds de vorige update kwamen negen meldingen bij. Bij één van de achttien mensen werd het virus gevonden tijdens wetenschappelijk onderzoek van Sanquin Research. Bij de anderen werd de infectie vastgesteld nadat zij met klachten in het ziekenhuis waren opgenomen. Het RIVM werkt het overzicht wekelijks bij, op donderdagochtend.

Daar zit een belangrijk onderscheid. Deze groep bestaat grotendeels uit mensen die ernstig genoeg ziek waren om in het ziekenhuis te belanden. Het is geen willekeurige steekproef van alle besmette Nederlanders. Uit drie overlijdens binnen deze groep kunt u dus niet de overlijdenskans na een doorsnee muggenbeet berekenen. Ook zegt een provincienaam niet dat iedere tuin daar hetzelfde risico heeft, of dat buiten die provincies geen besmetting mogelijk is.

De gewone huissteekmug kan het virus overbrengen

Het virus circuleert bij vogels. Een gewone huissteekmug kan besmet raken wanneer zij bloed van een besmette vogel opneemt. Bij een volgende beet kan zij het virus doorgeven aan een mens, paard of andere vogel. Voor deze overdracht is dus geen tijgermug nodig. De betrokken huissteekmug, Culex pipiens, is de meest voorkomende mug in Nederland.

Mensen geven het virus niet via alledaags contact aan elkaar door. Het RIVM noemt wel zeldzame overdrachtsroutes, zoals bloedtransfusie en orgaandonatie. Daarom zijn er aparte voorzorgsmaatregelen rond donorbloed. Een gesprek, bezoek of gewone aanraking is niet de besmettingsroute waar het preventieadvies voor inwoners zich op richt; dat is de beet van een besmette mug.

Begin met een rondje langs potten, schotels en goten

Muggen leggen eitjes in stilstaand water. Dat hoeft geen vijver te zijn: een schotel onder een bloempot of water op een afdekzeil kan ook een broedplaats vormen. Het RIVM adviseert ongeveer eens per week de tuin of het balkon te controleren. GGD Leefomgeving vertaalt dat in een praktische lijst:

  • Giet schotels en ongebruikte potten leeg en haal water van dekzeilen.
  • Ververs water in vogelbadjes en drinkbakken minstens wekelijks en maak de bakken schoon.
  • Bewaar emmers, potten en gieters droog of zet ze ondersteboven.
  • Laat dakgoten goed doorlopen en sluit regentonnen mugdicht af, bijvoorbeeld met horrengaas over openingen.

Het doel is niet om de tuin kaal of droog te maken. Een gezonde vijver met dieren die muggenlarven eten vraagt een andere aanpak dan een vergeten emmer. Kies vooral een vast controlemoment, zodat kleine waterreservoirs niet weken blijven staan. Deze maatregelen beperken broedplaatsen; ze garanderen niet dat er helemaal geen mug meer kan steken.

Bescherm uzelf vooral in de schemering

De gewone huissteekmug is vooral actief in de schemering. Draag dan buiten lange mouwen en een lange broek. Horren voor ramen en deuren helpen muggen buiten te houden; een klamboe kan tijdens het slapen bescherming bieden. Het RIVM adviseert ook muggenwerende middelen op onbedekte huid. Volg de gebruiksaanwijzing en controleer voor wie het product geschikt is, zeker bij kinderen.

Een citronellakaars is geen gelijkwaardige vervanging voor deze maatregelen. GGD Leefomgeving wijst op onvoldoende of kortdurend aangetoonde werking van verschillende geurmiddelen en anti-muggenarmbandjes. Ook het licht uitdoen lost het probleem niet op: muggen komen volgens het RIVM vooral af op geur, uitgeademde lucht en warmte. Investeer dus eerder aandacht in de hor en de vergeten schotel dan in een verzameling geurproducten.

Bij welke klachten moet u bellen?

Volgens het RIVM krijgt ongeveer 80 procent van de geïnfecteerde mensen geen klachten. Ongeveer 19 procent krijgt milde, griepachtige verschijnselen, zoals koorts, hoofdpijn of spierpijn. Bij ongeveer 1 procent ontstaat ernstige ziekte, bijvoorbeeld een hersenontsteking of hersenvliesontsteking. Deze verhoudingen gaan over infecties, niet over alle muggenbeten. Mensen boven de 50 en mensen met een verminderde afweer door ziekte of medicijnen hebben meer kans op een ernstig verloop.

Neem volgens het RIVM contact op met de huisarts of huisartsenpost bij koorts en griepachtige klachten, eventueel met huiduitslag, als u zich duidelijk zieker voelt dan bij een normale griep. Tussen een besmette beet en eerste klachten kunnen twee tot veertien dagen zitten. Een muggenbult op zichzelf stelt geen diagnose; klachten moeten in hun geheel worden beoordeeld.

Bij plotselinge ernstige hoofdpijn, nekstijfheid, verwardheid, sufheid, problemen met praten of verlammingsverschijnselen adviseert het RIVM meteen de huisarts of 112 te bellen. Wacht bij zulke signalen niet op een nieuwe landelijke update of op de vraag of u zich een muggenbeet herinnert. Snelle medische beoordeling is dan belangrijk, ook omdat zulke klachten andere oorzaken kunnen hebben.

Klein risico, duidelijke handelingen

Voor mensen is geen vaccin tegen westnijlkoorts beschikbaar en er is geen geneesmiddel dat specifiek het virus bestrijdt. Bij ernstige ziekte is ziekenhuiszorg nodig. Juist daarom zijn gewone preventie en tijdig hulp zoeken zinvoller dan zelf een risico uit meldingscijfers proberen af te leiden. Controleer deze week het stilstaande water rond uw huis, gebruik bescherming tegen beten en bewaar de medische alarmsignalen. Dat is een nuchtere reactie op een serieus, maar voor de meeste inwoners klein risico.

Noot van de redactie. Dit artikel geeft algemene gezondheidsinformatie voor Nederland en vervangt geen persoonlijke medische beoordeling. De aantallen komen uit de RIVM-update van 10 september 2026; latere updates kunnen daarvan afwijken. Volg bij ernstige klachten direct het advies van huisarts of spoedzorg.

Bronnen

  1. RIVM, ‘Actualiteiten over westnijlkoorts’, update van 10 september 2026 met cijfers tot en met 9 september. Geraadpleegd op 15 september 2026. Bevestigd: achttien lokaal opgelopen infecties, drie overlijdens, zes provincies, wijze van vaststelling en wekelijkse update.
  2. RIVM, ‘Westnijlkoorts’, gewijzigd op 9 september 2026. Geraadpleegd op 15 september 2026. Bevestigd: overdracht, ziekteverloop, risicogroepen, klachten, alarmsignalen, ontbreken van een menselijk vaccin en behandeling.
  3. RIVM, ‘Muggen’. Geraadpleegd op 15 september 2026. Bevestigd: wekelijkse controle op stilstaand water, huissteekmug, kleding, horren, klamboe en misvatting over licht.
  4. GGD Hart voor Brabant, ‘Westnijlvirus: kleine kans op besmetting en ziek worden’, 3 september 2026. Geraadpleegd op 15 september 2026. Bevestigd: klein besmettingsrisico, meestal geen klachten en bescherming tegen beten.
  5. GGD Leefomgeving, ‘Muggen’. Geraadpleegd op 15 september 2026. Gebruikt voor broedplaatscontrole, schoonmaken van vogelbadjes, afdekken van regentonnen en beperkingen van geurproducten; niet als bron voor actuele besmettingsaantallen.
  6. GGD regio Utrecht, ‘Meerdere besmettingen met het westnijlvirus vastgesteld’, 26 augustus 2026. Geraadpleegd op 15 september 2026. Bevestigd: lokale overdracht via muggen, klein individueel risico en preventieadvies; oudere aantallen zijn niet overgenomen.

Help ons verbeteren

Was dit artikel nuttig?

Anonieme feedback helpt Sona om volgende artikelen, koppen en broncontext te verbeteren.

Hierna

Oudere hand houdt een blanco afsprakenkaart bij een vaccinatiestation, met uitnodigingsenvelop, spuit en pleister in beeld.
Gezondheid
Coronaprik 2026: brief voor 70-plus, zelf boeken bij risico

Afspraken zijn nu open en de prik start 21 september. Niet iedereen ontvangt post: controleer leeftijd, aandoening en afspraakroute voordat u op een uitnodiging wacht.

Lees verder

Meer in Gezondheid

Conceptuele Noordzee-meetkern met warme bovenlaag tussen een offshore platform en een afzonderlijk controlepunt op het strand. Gezondheid
Noordzee recordwarm: controleer uw zwemplek apart
Twee handen geven een glas water door naast een medicijndoos en open raam na het einde van het Nationaal Hitteplan. Gezondheid
Hitteplan stopt: controleer klachten en medicijnen nog één keer
Microfoon en spraakgolf lopen naar een abstract huisartsendossier terwijl een arts het AI-verslag met een pen controleert. Gezondheid
AI bij de huisarts groeit: vraag hoe uw consult wordt vastgelegd
Sander Meijer, Hoofdredacteur, Nederlandse editie bij Sona News
Geschreven door
Sander Meijer
Senior Editor, Nederlandse editie, Sona News

Sander Meijer leidt de Nederlandse editie van Sona News en schrijft over economie, Europa en energie met nuchtere context.

Lees hierna Ouderenzorg schuift naar huis: kies het juiste loket