Sona.
Wereldnieuws, lokaal uitgelegd
Geld

Inflatie voelt als 8 procent, maar CBS meet 2,9: zo leest u dat

Het ene cijfer is een consumentenschatting, het andere de jaarprijs van een gewogen gemiddeld pakket. Uw eigen uitgaven kunnen van beide afwijken.

Een loep vergroot brood, melk en brandstof in een boodschappenmand naast het bredere pakket achter de Nederlandse inflatiemeting.
Het CBS meet de prijsontwikkeling van een gewogen gemiddeld pakket; uw aandacht en uitgaven kunnen anders verdeeld zijn. AI-gegenereerd beeld

Het CBS zette woensdag twee inflatiecijfers naast elkaar die op het eerste gezicht moeilijk te rijmen zijn. Nederlandse consumenten schatten de inflatie in juni 2026 op ongeveer 8 procent. De officiële consumentenprijsindex (CPI) kwam in dezelfde maand uit op 2,9 procent. Een verschil van ruim vijf procentpunt, terwijl beide cijfers over dezelfde periode gaan.

Dat betekent niet automatisch dat consumenten zich vergissen of dat de statistiek hun rekening ontkent. De cijfers beantwoorden verschillende vragen. De CPI meet hoe de prijs van een gewogen gemiddeld pakket goederen en diensten in één jaar veranderde. De gevoelsinflatie vat samen wat consumenten denken dat er met prijzen is gebeurd. Uw eigen huishoudboekje kan van beide gemiddelden afwijken.

Wat die 2,9 procent wel meet

Voor de CPI volgt het CBS prijzen van een breed pakket: van voeding en energie tot vervoer, kleding, wonen en diensten. Niet ieder onderdeel telt even zwaar. De gewichten zijn gebaseerd op wat huishoudens gemiddeld uitgeven. Vervolgens vergelijkt het bureau het prijsniveau met dezelfde maand een jaar eerder.

De 2,9 procent voor juni betekent dus dat dit gemiddelde pakket 2,9 procent duurder was dan in juni 2025. Het betekent niet dat ieder product precies zoveel steeg, dat uw totale uitgaven met 2,9 procent toenamen of dat prijzen terug zijn op het niveau van vóór de energiecrisis. Een lager inflatiecijfer is meestal een tragere prijsstijging, geen terugdraaiing van eerdere prijsverhogingen.

De verschillen tussen onderdelen kunnen groot zijn. Motorbrandstoffen waren in juni volgens het CBS 17,3 procent duurder dan een jaar eerder. Zo’n prijs ziet een automobilist vaak langs de weg en bij iedere tankbeurt. Andere uitgaven veranderen minder zichtbaar, worden minder vaak betaald of wegen anders in het landelijke pakket.

Wat die 8 procent beschrijft

De gevoelsinflatie is geen tweede prijsindex op basis van kassabonnen. Het cijfer komt uit de antwoorden van consumenten over de prijsontwikkeling. Het zegt daarom iets over de collectieve inschatting, niet over een controleerbaar prijskaartje dat voor ieder huishouden geldt.

De afstand tot de gemeten inflatie is sinds 2022 hardnekkig. Toen de officiële inflatie in september 2022 piekte op 14,5 procent, liep ook de gevoelsinflatie sterk op. Van eind 2022 tot en met juli 2023 schatten consumenten die op ongeveer 15 procent. De gemeten inflatie was in maart 2023 al teruggelopen naar 4,4 procent, maar het gevoel daalde veel langzamer.

In 2026 bewoog de gevoelsinflatie opnieuw: van 6 procent in januari naar 10 procent in april en 8 procent in juni. Tegelijk nam het aandeel consumenten dat voor de komende twaalf maanden een sterkere prijsstijging verwachtte af, van 55 procent in april naar 32,5 procent in juni. Het CBS noemt zorgen over brandstofprijzen en internationale spanningen als mogelijke invloed op die verwachtingen, maar stelt daarmee niet vast wat iedere respondent precies in gedachten had.

Waarom uw ervaring anders kan zijn

De Europese Centrale Bank wijst op een eenvoudig mechanisme: huishoudens kopen niet allemaal hetzelfde. Wie een groot deel van het inkomen kwijt is aan categorieën die sneller stijgen, ervaart een hogere persoonlijke inflatie dan iemand met een ander uitgavenpatroon. Vaak gekochte producten vallen bovendien meer op dan een dienst die één keer per jaar wordt betaald. Prijsstijgingen blijven doorgaans sterker hangen dan prijzen die gelijk blijven of dalen.

Daar komt een verschil in tijdshorizon bij. De CPI van juni vergelijkt met juni vorig jaar. Een consument kan een huidige prijs onbewust vergelijken met 2021 of 2022. Dat oudere prijsniveau is voor de jaarinflatie niet de basis, maar is wel relevant voor het gevoel dat boodschappen structureel duurder zijn geworden. Beide waarnemingen kunnen dus tegelijk kloppen: de prijs stijgt nu minder snel, terwijl het niveau nog duidelijk hoger ligt dan enkele jaren geleden.

Ook uw gedrag speelt mee. Als u vaker buiten de deur eet, meer kilometers rijdt of een duurder product kiest, stijgt de rekening zonder dat dit volledig een prijsverandering is. Andersom kan een huishouden de uitgaven beperken door minder te kopen of over te stappen, terwijl de prijs van het oorspronkelijke pakket wel blijft stijgen. Uitgavenontwikkeling en inflatie zijn niet hetzelfde.

Zo maakt u het cijfer bruikbaar

Begin met de vraag waarvoor u de inflatie nodig hebt. Voor een loonafspraak, huurclausule of ander contract is de daarin genoemde officiële index leidend; gebruik niet zomaar de gevoelsinflatie of een willekeurige maand. Voor uw huishoudbudget is juist uw eigen uitgavenmix belangrijker.

Pak daarvoor bankafschriften van dezelfde maanden in twee opeenvolgende jaren. Deel de betalingen op in enkele vaste groepen, zoals wonen, energie, boodschappen, vervoer, verzekeringen en vrije tijd. Noteer grote eenmalige uitgaven apart. Vergelijk niet alleen het totaalbedrag, maar ook hoeveel u kocht of gebruikte. Zo voorkomt u dat een extra treinreis, een grotere bestelling of een nieuwe abonnementsvorm ten onrechte als prijsstijging wordt geboekt.

Het CBS biedt daarnaast een persoonlijke-inflatiecalculator. Daarmee kunt u uw uitgavenaandelen naast de gemiddelde gewichten leggen. Het resultaat blijft een benadering: de calculator kent niet iedere aanbieding, productkeuze of wijziging in verbruik. Wel maakt hij zichtbaar waarom een huishouden met veel autokosten een andere uitkomst kan hebben dan iemand die vooral met het openbaar vervoer reist.

Geen wedstrijd tussen gevoel en statistiek

De nuttigste conclusie is daarom niet dat 8 procent ‘waar’ is en 2,9 procent ‘onwaar’, of andersom. De officiële index is nodig om de algemene prijsontwikkeling op een vaste manier te vergelijken. De gevoelsinflatie laat zien hoe die ontwikkeling bij consumenten landt. Uw eigen overzicht beantwoordt de derde vraag: wat gebeurde er met mijn rekening?

Wie die drie lagen uit elkaar houdt, kan nuchterder beslissen. Kijk voor indexatie naar de juiste CBS-reeks, voor koopgedrag naar concrete huidige prijzen en voor het huishoudbudget naar uw eigen hoeveelheden en uitgaven. Dan wordt inflatie minder een discussie over één magisch percentage en meer een meetbare vraag met een duidelijk doel.

Noot van de redactie. Algemene financiële en statistische informatie, geen persoonlijk financieel, contractueel of juridisch advies. Controleer bij indexatie altijd welke CBS-reeks en referentiemaand in de overeenkomst zijn vastgelegd.

Bronnen

  1. Centraal Bureau voor de Statistiek, “Consumenten schatten inflatie flink hoger dan voor 2022”, 15 juli 2026. Geverifieerd: gevoelsinflatie van 8 procent in juni, CPI van 2,9 procent, historische reeks sinds 2022 en veranderde prijsverwachtingen in 2026.
  2. Centraal Bureau voor de Statistiek, “Inflatie daalt in juni naar 2,9 procent”, 10 juli 2026. Geverifieerd: definitieve CPI voor juni 2026 en de jaar-op-jaarprijsontwikkeling van motorbrandstoffen.
  3. Centraal Bureau voor de Statistiek, “Hoe wordt de inflatie gemeten?”, geraadpleegd op 15 juli 2026. Geverifieerd: CPI-methode, gewogen pakket en vergelijking met dezelfde maand een jaar eerder.
  4. Centraal Bureau voor de Statistiek, “Bereken jouw persoonlijke inflatie”, geraadpleegd op 15 juli 2026. Geverifieerd: beschikbaarheid en beperkingen van de persoonlijke-inflatiecalculator.
  5. Europese Centrale Bank, “What is inflation?”, geraadpleegd op 15 juli 2026. Geverifieerd: verschillen tussen persoonlijke en gemiddelde uitgavenpatronen, de zichtbaarheid van frequente aankopen en asymmetrische aandacht voor prijsstijgingen.

Help ons verbeteren

Was dit artikel nuttig?

Anonieme feedback helpt Sona om volgende artikelen, koppen en broncontext te verbeteren.

Hierna

Onlinebankieren op een bureau met een wazig overboekingsscherm en timer voor naamcontrole bij instant eurobetalingen.
Geld
De euro-overboeking van tien seconden krijgt nu een naamcontrole

Instantbetalingen maken euro-overboekingen sneller. De nuttigste bescherming voor gebruikers is de gratis controle vóórdat het geld vertrekt.

Lees verder

Meer in Geld

Onlinebankieren op een bureau met een wazig overboekingsscherm en timer voor naamcontrole bij instant eurobetalingen. Geld
De euro-overboeking van tien seconden krijgt nu een naamcontrole
Reiziger houdt een blauwe rugzak boven een bagagemeter met een zandloper bij een vertrekpoort voordat nieuwe EU-vliegrechten gelden. Reizen
Nieuwe EU-vliegrechten gelden nog niet voor uw zomervlucht
Gezin op een Nederlandse dijk kijkt met eclipsbrillen naar een laagstaande sikkelvormige zon boven de westelijke horizon. Ruimte
De zonsverduistering van 12 augustus staat laag: zoek nu vrij zicht
Sander Meijer, Hoofdredacteur, Nederlandse editie bij Sona News
Geschreven door
Sander Meijer
Hoofdredacteur, Nederlandse editie, Sona News

Sander Meijer leidt de Nederlandse editie van Sona News en schrijft over economie, Europa en energie met nuchtere context.

Lees hierna De euro-overboeking van tien seconden krijgt nu een naamcontrole