Open water in? Spreek eerst af wie er kijkt
Nieuwe CBS-cijfers laten grote risicoverschillen zien bij kinderen en bezoekers. Herkomst is geen oorzaak; de bruikbare stap is een aangewezen zwemplek, een buddy en één duidelijke toezichthouder.

In 2025 verdronken in Nederland door een ongeval 100 mensen die hier woonden. Daarnaast verdronken 32 mensen die niet in Nederland woonden, bijvoorbeeld toeristen of tijdelijke werknemers. De voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek liggen lager dan in 2024, maar het patroon achter het totaal vraagt aandacht: vooral bij kinderen en jongeren zijn de verschillen naar herkomst groot.
Zo was het verdrinkingsrisico over de jaren 2016 tot en met 2025 bij kinderen jonger dan 10 die buiten Europa waren geboren ruim acht keer zo hoog als bij kinderen met een Nederlandse herkomst. Bij buiten Europa geboren 10- tot 20-jarigen was het bijna veertien keer zo hoog. Dat zijn ernstige verhoudingen. Ze zijn geen diagnose van een gezin en ook geen bewijs dat herkomst zelf de oorzaak is.
Grote verhouding, kleine aantallen
De percentages komen uit tien jaar doodsoorzakenstatistiek. In die periode verdronken 930 inwoners, onder wie 57 kinderen jonger dan 10 en 53 kinderen en jongeren van 10 tot 20 jaar. Meer dan de helft van die minderjarigen had volgens de CBS-indeling een niet-Nederlandse herkomst. De berekende risico’s per 100.000 inwoners lopen daardoor sterk uiteen, maar rusten in iedere afzonderlijke groep op relatief kleine aantallen.
Dat onderscheid voorkomt twee fouten. Eén tragisch jaar mag niet als vaste kans voor ieder kind worden gelezen. En een verhouding van veertien keer betekent niet dat veertien op de honderd jongeren verdrinken. In de CBS-tabel gaat het bij buiten Europa geboren 10- tot 20-jarigen om 2,22 verdrinkingen per 100.000 mensen over de onderzochte periode, tegenover 0,16 bij jongeren met een Nederlandse herkomst.
De statistiek meet bovendien niet wie een zwemdiploma had, hoe vaak iemand bij water kwam, welk toezicht aanwezig was, welke taal de waarschuwing had of hoeveel ervaring iemand met zee, rivier of recreatieplas bezat. De cijfers laten zien waar preventie extra bereik nodig kan hebben. Ze vertellen niet waarom een individueel ongeval gebeurde.
Herkomst is geen veiligheidskenmerk
Een gezin aanspreken op naam, uiterlijk of accent is daarom geen veiligheidsbeleid. De nuttige vragen zijn concreter: kan ieder kind werkelijk zwemmen, begrijpt iedereen de lokale aanwijzingen, kent het gezelschap de plek en is duidelijk wie toezicht houdt? De Nationale Raad Zwemveiligheid kiest in haar plan voor 2025 tot en met 2028 voor toegankelijk zwemonderwijs, meertalige voorlichting en lokale samenwerking rond nieuwkomers. Voor kinderen van 6 tot 12 gaat het ook om gelijke kansen op een C-diploma en ervaring met openwatersituaties.
Een diploma blijft een basis, geen vrijbrief. Reddingsbrigade Nederland wijst erop dat ook geoefende zwemmers kunnen worden verrast door stroming, koud water of vermoeidheid. Omgekeerd zegt het ontbreken van een zichtbaar diploma niets over wat iemand al kan. Maak de veiligheidsafspraak dus voor het hele gezelschap, zonder één persoon als vanzelfsprekend risico aan te wijzen.
Open water verandert de opgave
Van de inwoners die tussen 2016 en 2025 verdronken, kwam 78 procent om in open water. Daaronder vallen niet alleen zee en grote meren, maar ook sloten, rivieren, kanalen, grachten, recreatieplassen en vijvers. Bij mensen die niet in Nederland woonden was het aandeel open water 98 procent. De Reddingsbrigade meldt op basis van de verdiepende cijfers bovendien dat bij een bekende toedracht twee derde door een val in het water begon. Veiligheid gaat dus niet alleen over bewust gaan zwemmen.
Kies voor zwemmen bij voorkeur een aangewezen locatie en controleer vóór vertrek de actuele vermelding op Zwemwater.nl. De kaart onderscheidt onder meer goed water, nader onderzoek, waarschuwing, negatief zwemadvies en zwemverbod. Kijk ter plekke opnieuw naar borden, afzettingen en aanwijzingen van een lifeguard. Een goede waterkwaliteitsstatus is geen belofte dat stroming, diepte, wind, temperatuur en drukte ongevaarlijk zijn.
Maak de afspraak vóór de handdoek ligt
De campagne “Wie checkt jou?” maakt de toezichtsvraag bewust expliciet. Wie alleen het water in wil, vraagt iemand aan de kant om te kijken. Wie samen zwemt, kiest een buddy. Is er een lifeguard, volg dan diens aanwijzingen. Die drie rollen kunnen naast elkaar bestaan: een lifeguard overziet een gebied, maar neemt niet stilzwijgend de persoonlijke toezichtafspraak binnen ieder gezin of vriendengroep over.
Spreek af wie op welk moment kijkt en draag die taak hardop over als iemand wegloopt, eten haalt of naar het toilet gaat. “We letten allemaal op” klinkt veilig, maar kan betekenen dat iedereen denkt dat een ander kijkt. Houd de afspraak eenvoudig genoeg om ook aan een gast, oppas of bezoeker uit te leggen. Controleer daarna opnieuw wanneer het gezelschap, de weersomstandigheden of de plek verandert.
Help vanaf de kant en houd zicht
Gaat iemand toch in de problemen, dan geeft de landelijke campagne vier opeenvolgende handelingen. Roep om hulp, bel 112 of alarmeer de lifeguard. Gooi iets dat blijft drijven of steek iets uit dat kan worden vastgepakt. Coach de persoon naar de kant of naar ondieper water. Blijf ten slotte onafgebroken kijken, zodat hulpverleners weten waar de persoon is.
Die volgorde maakt omstanders nuttig zonder te doen alsof iedere getuige een getrainde redder is. Geef bij 112 zo precies mogelijk de locatie door en volg de instructies van de meldkamer of lifeguard. Een zwemmer uit het zicht verliezen kost tijd; één persoon kan daarom blijven wijzen terwijl een ander belt of een drijfmiddel haalt.
De nieuwe cijfers vragen dus niet om een etiket op kinderen of bezoekers. Ze vragen om beter bereik van zwemles en waarschuwingen, plus een gewoonte die aan iedere waterkant werkt: kies de plek bewust, controleer de omstandigheden en benoem wie kijkt voordat iemand instapt. Dat voorkomt niet ieder ongeval. Het vervangt wel een vage verwachting door een taak die iemand werkelijk heeft.
Noot van de redactie. Algemene veiligheidsinformatie, geen beoordeling van een individuele zwemmer of locatie. Volg actuele plaatselijke aanwijzingen en instructies van lifeguards en hulpdiensten; bel 112 bij acute nood.
Bronnen
- Centraal Bureau voor de Statistiek, “Hoger risico op verdrinking onder niet in Nederland geboren kinderen”, 24 juli 2026, geraadpleegd op 27 juli 2026. Geverifieerd: voorlopige totalen voor 2025, tienjaarsaantallen, risicoverschillen naar leeftijd en herkomst en aandeel open water.
- Centraal Bureau voor de Statistiek, maatwerktabel “Accidentele verdrinkingen naar herkomst, 2016-2025”, 24 juli 2026, geraadpleegd op 27 juli 2026. Geverifieerd: bron in de doodsoorzakenstatistiek, uitsplitsingen en voorlopige status van 2025.
- Reddingsbrigade Nederland, “Hoger verdrinkingsrisico bij specifieke groepen”, 24 juli 2026, geraadpleegd op 27 juli 2026. Geverifieerd: duiding van risicogroepen, rol van open water, val als bekende toedracht en de handelingsvolgorde bij problemen.
- Campagne “Wie checkt jou? - Veilig in en uit het water”, geraadpleegd op 27 juli 2026. Geverifieerd: toezichthouder aan de kant, buddy in het water, lifeguardinstructies en vier stappen om vanaf de kant te helpen.
- Nationale Raad Zwemveiligheid, “Nationaal Plan Zwemveiligheid 2025-2028”, geraadpleegd op 27 juli 2026. Geverifieerd: doelen voor zwemvaardigheid, open water, ouders, kinderen, nieuwkomers, meertalige voorlichting en toegankelijk zwemonderwijs.
- Zwemwater.nl, landelijke kaart met aangewezen zwemplekken en actuele status, geraadpleegd op 27 juli 2026. Geverifieerd: statuscategorieën goed, nader onderzoek, waarschuwing, negatief zwemadvies en zwemverbod.
Help ons verbeteren
Was dit artikel nuttig?
Anonieme feedback helpt Sona om volgende artikelen, koppen en broncontext te verbeteren.
Hierna

Nieuw onderzoek aan 839 stoepen koppelt ronde korstmossen aan de leeftijd van betontegels. Zelf meten kan, zolang u de uitkomst niet als bouwjaar behandelt.
Lees verder

