Vanaf 2 augustus moet AI herkenbaar zijn: niet alles krijgt een label
Chatbots, deepfakes en synthetische media krijgen verschillende transparantie-eisen. De Europese voorbeeldiconen en praktijkcode zijn hulpmiddelen, geen universeel keurmerk.

Vanaf 2 augustus vallen een klantenservicebot, een met AI nagemaakte stem en een ingrijpend veranderde nieuwsfoto onder concrete regels. Dan gaan de verplichtingen van artikel 50 van de Europese AI-verordening gelden. Mensen moeten in bepaalde situaties kunnen herkennen dat zij met AI of synthetische inhoud te maken hebben.
De uitvoering is minder eenvoudig. Er komt geen universele sticker op alles waarbij AI een rol speelde. De wet verdeelt het werk over aanbieders van AI-systemen en organisaties die zulke systemen inzetten. Ook maakt zij verschil tussen een technisch spoor in een bestand, een zichtbare mededeling voor een lezer en informatie vóór een gesprek met een chatbot. Wie alleen naar een nieuw icoontje zoekt, mist dus het grootste deel van de verandering.
Vier plichten, niet één label
De eerste plicht gaat over directe interactie. Een aanbieder moet een AI-systeem zo ontwerpen dat iemand weet dat hij of zij met AI communiceert, tenzij dat voor een redelijk oplettende gebruiker al duidelijk is. Bij een klantenservicebot hoort de uitleg daarom uiterlijk bij het begin van het contact te staan, niet verstopt in een lange privacyverklaring na afloop.
De tweede plicht zit meestal onder de motorkap. Aanbieders van systemen die synthetische tekst, audio, beeld of video maken, moeten de output machineleesbaar markeren en detecteerbaar maken als gegenereerd of gemanipuleerd. Artikel 50 vraagt dat de technische oplossing zo ver als haalbaar effectief, uitwisselbaar, robuust en betrouwbaar is. Dat kan bijvoorbeeld via metadata, een watermerk of een andere herkomsttechniek. De wet schrijft niet één zichtbaar symbool voor.
De derde groep regels ligt bij de organisatie die AI gebruikt. Wie een deepfake publiceert, dus beeld, audio of video dat ten onrechte authentiek kan overkomen, moet duidelijk maken dat de inhoud kunstmatig is gemaakt of veranderd. Voor overduidelijk artistieke, creatieve, satirische of fictieve werken mag die bekendmaking zo worden vormgegeven dat het werk niet onnodig wordt verstoord.
De vierde plicht raakt zowel gevoelige systemen als publieke informatie. Mensen moeten worden geïnformeerd wanneer zij worden blootgesteld aan een systeem voor emotieherkenning of biometrische categorisering. Daarnaast moet AI-gegenereerde of gemanipuleerde tekst die het publiek informeert over een onderwerp van algemeen belang in beginsel als zodanig worden bekendgemaakt. Daar geldt een belangrijke uitzondering: niet wanneer de tekst een proces van menselijke beoordeling of redactionele controle heeft doorlopen en een persoon of organisatie de redactionele verantwoordelijkheid draagt.
Aanbieder en gebruiker hebben ander werk
Dat onderscheid bepaalt wie wat vóór 2 augustus moet regelen. De maker of leverancier van een generatief systeem moet kijken naar het technische merkteken en de detecteerbaarheid van de output. Een uitgever, webwinkel, gemeente of andere organisatie die het systeem inzet, moet beoordelen of een chatbotmelding, deepfakevermelding of informatie over emotieherkenning nodig is. Eén bedrijf kan in verschillende toepassingen beide rollen hebben.
Voor gewone redactiesoftware bestaat bovendien een grens. De machineleesbare markeerplicht geldt volgens artikel 50 niet voor zover een systeem alleen een ondersteunende functie bij standaardbewerking heeft of de aangeleverde gegevens en hun betekenis niet wezenlijk verandert. Een automatische uitsnede, ruisonderdrukking of spellingcorrectie is daarom niet automatisch hetzelfde als het genereren van een nieuwe stem, scène of tekst. De feitelijke werking telt, niet alleen de knop waarop “AI” staat.
Ook de uitzondering voor redactioneel gecontroleerde publieke tekst is geen vrijbrief om een naam onder ongecontroleerde uitvoer te zetten. De wet noemt menselijke beoordeling of redactionele controle én redactionele verantwoordelijkheid. Leg daarom vast wie feiten, rechten en privacy controleert en wie publicatie kan tegenhouden. Een label kan ontbrekende controle niet repareren.
Het EU-icoon is optioneel
De Europese Commissie publiceerde in juni een praktijkcode met twee delen: één voor aanbieders die gegenereerde inhoud technisch markeren en één voor gebruikers die deepfakes en bepaalde publieke teksten bekendmaken. De code is vrijwillig. De wettelijke eisen zijn dat niet. Ondertekenaars kunnen de maatregelen uit de code gebruiken om hun aanpak te onderbouwen; organisaties mogen ook op een andere passende manier aan de wet voldoen.
Hetzelfde geldt voor de nieuwe Europese voorbeeldiconen. Er zijn varianten voor volledig gegenereerde en gedeeltelijk gewijzigde inhoud, maar het gebruik ervan is optioneel en het icoon bewijst op zichzelf geen naleving. De Commissie adviseert dat een bekendmaking bij de eerste blootstelling zichtbaar is, niet door andere elementen wordt bedekt en waar mogelijk toegankelijk is voor hulptechnologie. Een vaag merkteken dat pas na downloaden zichtbaar wordt, helpt de persoon voor het scherm niet.
De Autoriteit Persoonsgegevens adviseert Nederlandse organisaties die generatieve inhoud maken of gebruiken de praktijkcode te bestuderen en relevante delen te ondertekenen. Wie vóór 22 juli om 18.00 uur tekent, kan op de eerste lijst van ondertekenaars komen. Die datum is geen extra wettelijke deadline: ondertekenen kan volgens de AP ook later. Het is evenmin een certificaat dat ieder gebruik van AI automatisch goedkeurt.
2 augustus is geen enkele aan-uitknop
De hoofddatum staat vast, maar er zijn overgangsdetails. Volgens de Commissie krijgen AI-systemen die al vóór 2 augustus op de markt zijn gebracht tot 2 december 2026 om aan deze regels te voldoen. Definitieve richtsnoeren over de precieze reikwijdte van artikel 50 volgen nog. Organisaties kunnen hun rollen, contentstromen en meldingsplaatsen nu al inventariseren.
Een bruikbare controle begint met vier vragen. Welk AI-systeem wordt gebruikt? Is de organisatie aanbieder, gebruiker of beide? Welke uitvoer of interactie bereikt mensen? En blijft de technische markering behouden na exporteren, verkleinen of delen? Noteer ook een eigenaar en testdatum. Zo wordt zichtbaar of alleen de voorwaarden iets zeggen terwijl het bestand of gesprek niets meldt.
Wat een lezer aan een label heeft
Voor lezers is de belangrijkste winst context op het juiste moment. Een melding kan duidelijk maken dat een gesprek niet met een medewerker plaatsvindt, dat een stem is nagebouwd of dat een beeld geen authentieke opname is. Dat is nuttige informatie vóórdat iemand een antwoord vertrouwt of media doorstuurt.
Maar lees niet meer in een label dan erin staat. Het zegt niet dat de inhoud waar is, dat alle rechten zijn geregeld, dat persoonsgegevens correct zijn verwerkt of dat het systeem veilig is. Omgekeerd bewijst het ontbreken van een zichtbaar icoon niet dat geen AI is gebruikt: sommige markeringen zijn technisch, sommige toepassingen vallen buiten deze plicht en redactioneel gecontroleerde tekst kan onder de uitzondering vallen.
De nuchtere verwachting voor augustus is daarom geen internet waarop ieder AI-spoor ineens één keurmerk draagt. Wel ontstaat een concretere verdeling van verantwoordelijkheid. De systeemaanbieder moet herkomst technisch kunnen meegeven. De organisatie die publiceert of met mensen communiceert, moet op de juiste momenten uitleg geven. En de lezer krijgt een signaal dat helpt om de volgende, belangrijkere vraag te stellen: wat is hier precies door AI gemaakt of veranderd?
Noot van de redactie. Algemene informatie over Europese technologieregels, geen individueel juridisch, compliance- of privacyadvies. De toepassing hangt af van rol, systeem, inhoud en gebruik; controleer de officiële teksten en vraag zo nodig deskundig advies.
Bronnen
- Autoriteit Persoonsgegevens, “Transparantie-eisen AI gelden vanaf 2 augustus: AP adviseert praktijkcode te ondertekenen”, 9 juli 2026, geraadpleegd op 16 juli 2026. Geverifieerd: vier soorten transparantieplichten, advies over de praktijkcode en de datum voor de eerste lijst van ondertekenaars.
- Europese Commissie, AI Act Service Desk, “Article 50: Transparency obligations for providers and deployers of certain AI systems”, geraadpleegd op 16 juli 2026. Geverifieerd: officiële artikeltekst over chatbotinformatie, machineleesbare markering, emotieherkenning, deepfakes, publieke tekst, uitzonderingen en toegankelijkheid.
- Europese Commissie, “Code of Practice on Transparency of AI-Generated Content”, gepubliceerd op 10 juni en bijgewerkt op 9 juli 2026, geraadpleegd op 16 juli 2026. Geverifieerd: vrijwillig karakter, verdeling in een aanbieders- en gebruikersdeel en verhouding tot artikel 50.
- Europese Commissie, vragen en antwoorden over de transparantiepraktijkcode, bijgewerkt op 10 juni 2026, geraadpleegd op 16 juli 2026. Geverifieerd: toepassing vanaf 2 augustus, overgang tot 2 december voor eerder op de markt gebrachte systemen en nog te publiceren definitieve richtsnoeren.
- Europese Commissie, “EU Icons for labelling AI-generated content”, 10 juni 2026, geraadpleegd op 16 juli 2026. Geverifieerd: optioneel gebruik, beperkte reikwijdte, uitzonderingen voor menselijke redactionele controle en adviezen over plaatsing en toegankelijkheid.
Help ons verbeteren
Was dit artikel nuttig?
Anonieme feedback helpt Sona om volgende artikelen, koppen en broncontext te verbeteren.
Hierna

Brussel wil geavanceerde AI eerst veiliger laten testen. Voor Nederlandse organisaties wordt dat geen ver weg verhaal: de Cyberbeveiligingswet gaat volgende maand in.
Lees verder

